Stille nacht, heilige nacht

Min de stilte in uw wezen.
Min de stilte die bezielt.
Zij die alle stilte vrezen.
Hebben nooit een hart gelezen.
Hebben nooit geknield.
Guido Gezelle

De woorden uit het voor ons zo bekende kerstlied, stille heilige nacht, hebben we al vaak gehoord en gezongen. Maar misschien is de echte betekenis van die woorden, stil, heilig, nacht, niet zo tot ons doorgedrongen.Als wij vroeger op het land aan het werk waren en het werd al donker, gingen we zachter tegen elkaar praten.Zo als je ook in een lege kerk niet hardop tegen elkaar praat maar fluistert.
De stilte had als het ware iets heiligs, waar je eerbied voor had.
Het lijkt alsof er in onze technische en commerciële samenleving geen plaats meer is voor stilte, rust en bezielde beleving. En dat geldt niet alleen voor onze steden maar in zekere zin ook voor onze agrarische samenleving.
Ook op het platteland is de stilte en de rust voor een groot deel verdwenen.
En niet allen de stilte maar ook het donker is uit onze samenleving verjaagd. Dat is ook weer nier zo verwonderlijk omdat het, ook op het platteland, haast nooit meer echt donker en stil wordt. Zowel de stilte als het donker is de laatste tijd grotendeels verjaagd door de alomtegenwoordigheid van lawaai en lampen.
Het rustgevende beeld van de boer achter de ploeg is vervangen door het lawaai van motoren en moderne landbouwmachines.
“Gaat niet de milieucrisis gepaard met een aanslag op onze zinnen door het lawaai van motoren en machines, de stank van uitlaatgassen en industrie, de verslechtering van de smaak van ons voedsel en het lelijker worden van onze natuurlijke omgeving?
De tirannie van de moderne communicatie en de terreur van het lawaai gaan goed samen. Beiden zijn thuis in onze consumptiemaatschappij met haar vervlechting van informatie, amusement, verstrooiing en alomtegenwoordige reclame en commercie.
Niet direct en overal bereikbaar zijn wordt meer en meer beschouwd als een asociale daad.
Daarin past ook de bliksemcarrière van de mobiele telefoon, die communicatie altijd en overal mogelijk maakt en daardoor de laatste uithoeken van stilte tenietdoet.
Een hoofdstuk apart is de muziek die vooral onder de jeugd geliefd is en waarvan vooral het, voor hen blijkbaar noodzakelijke, volume opvalt.
Hoe harder de muziek hoe moeilijker het is om een gesprek te voeren. hoe minder reflectie en bezinning mogelijk zijn.
Stilte wordt door hen niet als weldoende maar eerder als een bedreiging ervaren.”( Ton Lemaire: Met open zinnen) Door het ontbreken van de stilte en de verstoring van het natuurlijk ritme van licht en donker, voelen we ons ook minder verbonden met de natuur en de dingen om ons heen. En daardoor, denk ik, zijn we ook minder gevoelig voor de heel eigen sfeer van de wisselende seizoenen en de verschillende delen van de dag.
Ieder seizoen heeft toch zijn eigen beleving, zo beleef je de lente toch weer heel anders dan bv. de zomer of de herfst, en ook de vroege morgen anders dan de middag of de stille donkere avond.
Misschien sluiten deze gedachten niet zo aan bij diegenen die voornamelijk in de stad leven en werken, maar hoe zit het met hen die het platteland bevolken? Ik ben op het platteland opgegroeid en de stilte van het landschap en het natuurlijke ritme van licht en donker alsook de heel eigen sfeer van de wisselende seizoenen, waren, als het waren, met mijn leven en werken verweven.
“Een ander contact met de natuur wordt ons geboden door de onderdompeling in de seizoenen en het weer.Hierop heeft de mens nog geen invloed, hoewel wordt beweerd dat het klimaat verandert onder invloed van onze moderne levens wijze.
In onze gematigde streken hebben de jaargetijden in hoge maten het leven beheerst, al was de invloed natuurlijk op het platteland groter dan in de stad. Maar in de afgelopen eeuw is hun invloed, ook op het platteland, tengevolge van de verstedelijking en de moderne technologie ook steeds minder geworden.
Vooral in de grote steden spelen noch het weer noch de seizoenen de grote rol meer die ze in een traditionele, agrarische samenleving speelden, of elders in de samenleving nog spelen.
Niettemin kan ook niemand zich ontrekken aan de wisselvalligheden van het weer en de verschillende seizoenen. De verschillende belevingswaarde van het weer en de jaargetijden is voor iedereen nog direct invoelbaar.”( Ton Lemaire: Met open zinnen )
In onze Zuidelijke agrarische samenleving is, of moet ik zeggen was, niet alleen het werk en het dagelijkse leven, maar ook het geloofsleven, verweven met het natuurlijke ritme van de dagen van het jaar en de wisselde seizoenen. Er is een bekende afbeelding waarop een boer geknield op het land zit te bidden met naast hem een mand met aardappelen.
Nog lang was het heel gewoon dat op Goede Vrijdag, om precies drie uur, iedereen het werk even neerlegde om de dood van Jezus aan het kruis te gedenken.
In de lente, symbool van het nieuwe leven, vieren we, na een uitbundig carnaval en een strenge vastentijd, het Paasfeest. De zomer is een tijd van vrolijkheid, we laten de teugels wat vieren om te feesten. Denk aan de boeren bruiloften en de kermis. “Het leven is goed in het Brabantse land.”
De herfst beleven we weer heel anders, het is meer een tijd van reflectie en bezinning en afscheid nemen.
Met enige weemoed denken we terug aan de mooie zomertijd en de oogst die we binnenhaalden. We worden in deze tijd, meer dan anders, herinnert aan de vergankelijkheid van alle dingen alsook aan onze eigen sterfelijkheid. We vieren Allerheiligen en Allerzielen en midden in de donkerste dagen van het jaar blijven we geloven in de komst van het nieuwe licht, het licht van Kerstmis.
En met Nieuwjaar wensten we elkaar, ondanks alle armoede, niet op de eerste plaats veel materiële welvaart toe, maar veel Heil en Zegen.
Als ik, tot heden toe, de indruk heb gewekt dat ik vind dat het vroeger allemaal beter was dan nu en dat ik heimwee heb naar die goede oude tijd, dan ben ik niet goed overgekomen. De vooruitgang heeft ons veel goeds gebracht zonder meer.
Maar daar is nog iets anders. Kijk, er zijn mensen die zich afvragen of het varken in zijn moderne stal en eten in overvloed, wel gelukkig is. Mist het niet het stro,de buitenlucht en de modder? Zo vraag ik me wel eens af of de mens in onze welvaartsstaat, waarin bijna iedereen heeft wat zijn hartje begeert, wel zo gelukkig is.
Mist hij niet iets als hij geen oog meer heeft voor de schoonheid van de natuur,geen tijd heeft voor de ander, de stilte niet meer bij zich zelf toelaat en niet even stil kan staan laat staan stil kan zijn of even knielen?
Stress,burn-out,depressie en levensmoeheid zijn symptomen van deze tijd. Maar gelukkig heeft men ook juist nu de heilzame,heel makende en genezende werking van het platteland en de stilte weer ontdekt.
De zorgboerderijen worden goed bezocht en vakanties naar stille plekken zijn in.
Iedereen zou ik willen toewensen dat ze de komende kerstdagen de heil-zame werking van de stille, donkere, heilige nacht mogen ervaren.
Misschien is er dan ook even tijd om stil te staan, om een hart te lezen en samen met de herders van het platteland bij de kribbe neer te knielen.

Zou dat bedoeld worden met:
Zalig Kerstfeest en
een Gelukkig Nieuwjaar?

Jan van Erp
Ravenstein

Deel op Twitter