Caféproat BUREN –2-

Elke week schrijft de gewezen horecaman over wat zich afspeelt in Landerd en de rest van wereld; geen echte column, maar  “’n stukske” zoals de kastelein praatte met z’n stamgasten. Reacties zijn van harte welkom op:Janopderadio@hotmail.com

BUREN –2-

Twee weken geleden vertelde ik het verhaal van de vader van Amber-papa, die zich ernstig zorgen maakte over de toekomst van het gezin en het huwelijk van zijn zoon, daarop kreeg ik drie reacties met verhalen van gelijke strekking.

Een mevrouw heer niet ver vandaan, vertelde dat haar buurman “afge-lopen olie” aan de onderkant van de houten schutting heeft gesmeerd, daardoor ruikt haar tuin nou hetzelfde als de garage van Van Dongen, en dat herinnert zij zich uit de tijd dat ze nog bussen waste!

Er staat niet bij waarom die man dat deed, onkruidbestrijding wellicht?

Of bescherming van  het hout ? Of gewoon de buurvrouw pesten?

Ze hebben niet echt ruzie, maar ze “lopen de deur niet meer plat”

Een meneer uit een naburig dorp had twee leuke buren, totdat de buurvrouw iets ging doen, waarvan de buurvrienden zich afvroegen
“Hoe zit dat nou?”

Regelmatig op  donderdagmiddag, als haar man was werken, kwam een Zuid-Europees type met een zwarte schoudertas op bezoek.  Toen de buurvrouw vroeg wat dat lekker ding daar kwam doen, had de buurvrouw gezegd dat hij ’n Jehovagetuige was, en haar hielp bij een studie over het geloof, en hij was trouwens van de heren, en er was dus niks aan de hand.

Op de eerstvolgende verjaardag maakte de buurvrouw dus een geintje over het mooie menneke, en daar reageerde de buurman heel raar op, het was die nacht nog lang onrustig in het buurhuis en de stoute buurvrouw verbrak alle contact met de buren omdat zij met leugens haar huwelijk kapot maakten.  Ze is trouwens ook gestopt met haar “studie” !

Maar hoe iets kleins, héél groot kan worden, blijkt uit het derde verhaal.

Een jongen haalde een kampioenschap, meer zeg ik niet, anders weten jullie wie het is.

Zijn vrienden waren aanwezig bij dat feit en togen met z’n allen op huis aan, om te “pelen” en dat is een regionaal woord voor “versieren”.

De kampioen woonde nog thuis bij zijn ouders, die al hun hele huwelijk naast geweldige buren woonde, ze hadden elkaar geholpen bij de bouw – ze woonden samen onder een kap – , toen de kinderen kwamen hebben ze elkaar geholpen, en de vrouwen deden zelfs elk jaar de grote schoonmaak samen en bij elkaar, dus eerst het ene en dan het andere huis.

Ze overliepen elkaar niet, bezoekjes bleven beperkt tot verjaardagen en andere speciale dagen, maar ze vierden wel altijd samen het nieuwe jaar en de kermis in het dorp.

Buurman links was erg handig en kon maken wat z’n handen zagen, buurman rechts was administratief heel goed op de hoogte, en vulde zelfs voor zijn buren zeer discreet de belastingpapieren in, en was trots dat hij vaak geld voor hen kon terughalen bij de fiscus.

Daarvoor laste buurman links dan weer een tuintafel en legde stroom aan voor een buitenlamp, het waren hele goeie buren en eigenlijk een beetje familie geworden.

Toen de vrienden van de kampioen het huis gingen versieren hadden
ze opeens een stuk vlaggenslinger over, en die paste precies van de
vlaggenstok tot aan de dakkapel van de buurman rechts.

Toen die buiten kwam en de jongens vroeg om uit te kijken voor de verf en daar geen nietjes in te schieten, kreeg hij te horen dat hij “niet moest mauwe, want hun eigenste vriendje was Kampioen gvd!!!”

De man stond perplex, hij vroeg alleen maar op een gezellige manier van “Hé jongens etc..” en kreeg toen zo’n antwoord. Maar daar bleef het niet bij.

Hij vroeg nogmaals om z’n dakkapel te ontzien, maar kreeg toen nog schofteriger antwoord, en hij besloot om even naar de buurman te gaan, want die kwam net thuis.

Samen met moeder de vrouw stapte hij uit z’n auto en werd vriendelijk gefeliciteerd met z’n zoon, de buurmanrechts  rook meteen dat buurmanlinks meer op had als koffie en cola.

Na de buurvrouw gezoend te hebben vertelde hij over de dakkapel, en buurmanlinks ging de jongens erop aanspreken, die zeiden echter dat de “Vent lag te zeike” en buurmanlinks zei tegen buurmanrechts dat hij “ ook niet zo moet zeike “, buurvrouwlinks moest daar om lachen en dat schoot buurmanrechts in het verkeerde keelgat.

Hij ging naar zijn rechtse huis, en vroeg z’n vrouw om even naar de buren te lopen omdat hij bang was dat dit helemaal verkeerd ging lopen.

Toen buurvrouwrechts bij de burenlinks de plak op kwam lopen, begonnen de lallende vrienden meteen te roepen dat “Dat zeikwijf zich er ook nog mee kwam moeien” en buurvrouwrechts zag dat buurmanlinks EN buurvrouwlinks (haar poetsvriendin) daar om moesten lachen.

Ze heeft zich huilend omgedraaid en is naar huis gegaan.

De deuren van burenrechts gingen dicht, burenlinks hebben nooit
geprobeerd om het euveltje op te lossen, zij bleven gewoon links zitten en lieten de burenrechts in hun sop gaar koken.

Dit is in het millenniumjaar gebeurd, dus al twaalf jaren hebben zowel burenlinks als burenrechts wel beeld, maar geen geluid.

Toen kampioenbuurjongenlinks ging trouwen hebben burenrechts een bloemetje gestuurd, de jongen stuurde toen een lieve kaart terug, en sprak de intentie uit om te gaan werken aan een oplossing; dat is alweer vier jaar geleden.

Burenrechts lijden nog dagelijks onder het verlies van twee fijne
burenlinks, daarbij zijn de burenrechts ook nog ‘s 15 jaar ouders als de burenlinks en zouden ze heel graag nog heel lang in hun eigen huis willen blijven wonen, dus wie dit verhaal herkent; Doe er iets aan!

Door alle verhalen die we mochten aanhoren, lijkt het alsof er in elke buurt wel zo’n zwart schaap zit, je zou maar na veel onderhandelingen en een tophypotheek, een kwaje buurvrouw treffen, dan wordt je huis ook nog ’s onverkoopbaar!

Beter ’n verre vriend dan ’n kwaje buurvrouw

Jan van As

 

 

 

Deel op Twitter