RAVENSTEIN- Allerlei gedachten schieten door mijn hoofd, terwijl ik op mijn zolderkamertje zit. De wind guurt om het huis en bij tijd en wijle regent het pijpenstelen. Op mijn beeldscherm heb ik een foto opgeroepen van een tafereel dat ik in mijn vakantie ergens tegenkwam en op mijn bureau ligt een boek over de tentoonstelling over moderne kunst. Een overzicht van de kunst die nog tot 17 september in de Hermitage in Amsterdam tentoongesteld staat. Contrasten, felle kleuren, zwart en wit, uitbundig vrolijk en diep melancholiek, plat vlak en driedimensionaal. Al die indrukken zijn in de afgelopen periode op me af gekomen. En terwijl ik weet dat dat de komende tijd invloed op mijn werk gaat hebben, heb ik op hetzelfde moment nog geen idee hoe dan wel.

Neem nou het voorbeeld op de foto bij dit artikel. Tot kunst verheven kitscherigheid of een opvallend ornament dat leven in de brouwerij brengt? Zeg het me maar. Aan de ene kant zet ik me af tegen de kunstmatige en opvallend fel gekleurde ontploffing tussen de strak georkestreerde planten. Tegelijkertijd boeit en intrigeert het beeld me. In de showtuin waar we op dat moment waren vond je zo veel van dit soort taferelen dat de kitsch ervan afspatte. Maar bewust gebruikt om een bepaalde zeggingskracht aan zijn omgeving te geven heeft het misschien toch wel iets. Het grappige is dat ik nogal wat foto’s van die tuin heb gemaakt zonder op dat moment het idee te hebben dat het mooi of bruikbaar zou zijn. Op intuïtie vond ik het blijkbaar toch de moeite waard om dat te doen. Het was de tentoonstelling in de Hermitage die me weer aan het denken heeft gezet. Of moet ik zeggen dat die tentoonstelling me ertoe heeft aangezet anders te kijken naar dat kitscherige fotomateriaal? Zou zomaar kunnen.
In de Hermitage hangt een verhaal over de pioniers van de moderne schilderkunst van 1900 tot 1920. Matisse, Derain, Picasso en hun zoektocht naar het gebruik van kleur en structuur. De mogelijkheden en onmogelijkheden van het platte vlak waarin zij werkten. Niet een zo goed mogelijke weergave van de driedimensionale wereld om hen heen, maar juist het gebruik maken van de eigenschappen van het schildersdoek zelf was het uitgangspunt geworden. Felle kleuren, geometrische vormen, weergeven van een wereld zoals die werd beleefd in plaats van de fotografische werkelijkheid. Exact weergeven van de werkelijkheid was door de fotografie overgenomen. Het denken zelf werd op zijn kop gezet. Of ik hier iets mee kan in relatie tot de driedimensionale ruimte waarmee en waarin ik werk? De toekomst zal het wel uitwijzen. Op dit moment neem ik alleen waar dat het borrelt in mijn hoofd; boeiend!
U mag natuurlijk met alle plezier
reageren op dit artikel via info@tuynplan.nl
Veel plezier en tot tuynpraat
Uw tuinvormgever,
Ravenstein 29 augustus 2010

