Tuynpraat Koninklijk moestuinieren

Door Ron van de Straat

Terwijl het in Nederland deze zomer maar niet wil stoppen met regenen en ik op mijn zolderkamer luister naar de dikke druppels die op mijn dakkapel uit elkaar spatten, moet ik denken aan een volle zomerdag een paar weken terug. De campingeigenaar van ons buitengewoon charmante logeeradres had ons er meteen de eerste dag al op gewezen. “U houdt van bijzondere tuinen? Dan moet u echt gaan kijken in Villandry, zóó fraai….” Het kasteel en de tuinen lagen zo’n honderd kilometer rijden van onze camping vandaan, dus op het moment dat zij ons daarop wees lag hier niet onze eerste prioriteit om naar toe te gaan. Eerst maar eens naar Chaumont en Chambord en Cheverny en zo. En over een week trekken we weer verder naar het zuiden. Een week later bij het checken van het weerbericht en het bespreken van onze verdere plannen, bleek dat we ons wel heel erg op ons gemak voelden waar we ons bevonden. Bovendien was het in de Dordogne alleen maar regenachtiger en hadden we het gevoel in deze omgeving nog lang niet genoeg te hebben gezien. Enfin op een heerlijke zonnige en warme dag, met al tig kastelen op ons netvlies, toch in de auto gestapt en naar Villandry gereden. “Maar alleen voor de tuin!!”

In de folder stond: 1 hectare moes en andere tuinen, 6 in totaal. Toch nog een beetje argeloos kopen we bij de toegang naar het kasteel een kaartje en stappen het smoorhete, zwaar overbelichte binnenplein van het kasteel op. De tuinen liggen om de hoek van het kasteel. We moesten nog eerst een paar grachten over, terwijl het kalkachtig witte split onze ogen verblindde. Wat zich daar vervolgens aan ons openbaarde tart elke beschrijving. Keurig in het gelid, perfect op kleur en in een symmetrie die je deed duizelen ontrolde zich een tafereel; dit heb ik nog nooit gezien laat staan meegemaakt. Honderden bedden met groentes, bloemen en kruiden. Omgeven door hagen van Buxus, Taxus en zelfs van appels en peren in de meest ingewikkelde patronen. Ieder bed kende zijn plek in het geheel, iedere groentesoort had een tegenhanger in een tegenoverliggend bed. En groente is echt niet alleen maar groen. Rood, paars, donkergroen, lichtgroen, grijsgroen, helder groen, geel, alles kwam voor en alles nauwkeurig op zijn plek. En terwijl wij onder de met druivenranken overgroeide pergola flaneerden en ons laafden aan het uitzicht werkten een stuk of 10 tuinmensen full-time om de boel op orde te houden. Ik heb me laten vertellen dat iedere winter maandenlang gewerkt wordt aan de planning voor het volgende jaar. Groenten moeten rouleren, anders putten ze de grond uit. Kleuren gaan schuiven en moeten weer op elkaar worden aangepast. Nieuwe plantjes moeten alvast worden opgekweekt in de gigantische kassen die het complex rijk is. En dan kan ik me nog niet eens een voorstelling maken van het oogsten. Waar gaat dat allemaal naar toe en hoe worden geoogste bedden vervangen zodat er geen gaten in het ontwerp ontstaan? Zoveel indrukken, zoveel vragen, zoveel foto’s, zoveel genieten, zoveel historie. En behalve de moestuin die naar schatting de helft van het terrein beslaat zijn nog 5 andere tuinen te bewonderen. Van kruidentuin tot zonnetuin, van kindertuin tot landschapstuin, een ongegeneerde weelde ontrolt zich voor je ogen. En alles voorzien van zijn eigen gesloten irrigatiesysteem ondergebracht in allerlei prachtige waterpartijen.

Het is avond als we het weggetje opdraaien naar onze camping. Een veld met zonnebloemen, een akker met druiven en een paar berkenbomen met daaronder een enkele tent verschijnen in ons blikveld. De wijn staat koud, de barbecue gaat aan. Wat een rust….. en wat een dag.

Ron van de Straat, Tuynplan,

uw tuinvormgever, Ravenstein 28 augustus 2011

 

Deel op Twitter