Het is een drukte van jewelste in alle tuinen om ons heen op het moment dat ik deze regels schrijf. Natuurlijk het gevolg
van het prachtige weer dat ons op 2 oktober nog zo aangenaam verrast. Maar ik vraag me af of die drukte ook ingegeven wordt door de manier waarop dit weekend in alle weerberichten ‘gepromoot’ is. In de krant gisterochtend stond bijvoorbeeld dat we voor donderdag a.s. een halvering(!) van de temperatuur mogen verwachten en dat we dus maar als de gesmeerde bliksem van de laatste warme zonnestralen moesten gaan genieten. En als ik Piet Paulusma moet geloven krijgen we vrijdag een heuse herfststorm. En verder las ik een artikel dat de winkels nog één keer tot barstens toe volgepropt lagen met voedsel voor op de BBQ. Tsja als je dan dit weekend niet uitbuit ben je natuurlijk wel een heel domme ezel of gans of…vul maar in.
Vanochtend betrapte ik mezelf erop dat ik ook beïnvloed word door dat geraaskal. Ik had echt zo’n gevoel over me van; nog één keer deze zomer in mijn korte broek en shirt met korte mouwen de racefiets op. Nog één keer volop van de zon en de zomerwarmte genieten. En als ik niet oppas begint de melancholie van het verval al toe te slaan nog voor de temperatuur ook maar een halve graad gezakt is. Maf toch? Maar ik heb lekker toch genoten hoor, op de racefiets maar ook in de tuin. Maar niet alleen vandaag. Ik heb een beetje een filosofisch weekend. Denk dat dat mede komt door de cursus van afgelopen vrijdag.
Gisterochtend zo rond koffietijd bijvoorbeeld zat ik in de tuin, lekker in het zonnetje. Het strijklicht van de ochtendzon scheen over één van onze borders en over de haag had ik zicht op een bomenrij verderop. Een donkere achtergrond waar de zon, nog een beetje nevelig, voorlangs scheen. Ineens vielen me duizenden bewegende lichtpuntjes op. Het eerst net boven onze border, maar meteen daarna ook in de ruimte boven de haag voor de bomenrij langs. Ze bewogen zich als een grote wolk licht volkomen ongecoördineerd door de lucht. Wat is dat voor fenomeen dacht ik in eerste instantie. Het bleken gewoon grote hoeveelheden luizenvliegjes te zijn. Uitgenodigd door het warme weer om nog één keer massaal het luchtruim te kiezen. Zomaar ineens schoot me het beeld van een walvis te binnen die op jacht naar krill en planton de oceaan afstruint. Als daar in dat stukje luchtruim toch een vogel zou vliegen met een flinke snavel. Hij hoefde zijn bek maar open te sperren, twee keer heen en weer te vliegen en hij had voor dagen voldoende voedsel binnen gehaald. Verder heb ik mijn appelboom en perenbomen van hun vruchtenlast verlost. Een doos, een emmer en nog wat lossen appels en peren; we kunnen een paar weken heel aangenaam van de vruchten van de natuur genieten dit jaar. De oogst is overvloedig en bijzonder smaakvol.
Maar ook van het verval van deze tijd kan ik af en toe ontzettend genieten. Misschien niet eens zozeer van het verval zelf, maar dan in iedere geval van de prachtige plaatjes die dat soms oplevert. Vanochtend trof ik onder een tuinstoel een volkomen verschimmelde en verrotte appel aan. Normaal niet direct iets om lyrisch van te worden, maar deze moest ik fotograferen zo mooi vond ik hem. Natuurlijk had ik er ook meteen een filosofische gedachte bij: “Die maakt het niet lang meer!” Maar mooi….
Ron van de Straat, Tuynplan, uw tuinvormgever, Ravenstein 2 oktober 2011

