Door Ron van de Straat;
Ik werd al op tijd wakker vanochtend. Nu ben ik nooit echt laat, zelfs niet in het weekend, maar vanochtend verbaast het me bijna dat ik om 7.30 uur al naast mijn bed sta. Het is zaterdag en er is niets wat me zodanig roept dat het nodig is nu al op te staan. Als ik de gordijnen open weet ik meteen waarom ik zo mooi op tijd bij de pinken ben. Het is fantastisch weer. Mijn dochter is ook al op, want die moet op zaterdag werken. Ik ga haar maar eens gezelschap houden. En vrouwlief is ook al opgestaan; het wordt steeds gezelliger.
Beneden gekomen zet ik meteen de tuindeuren open. We hebben van die dubbele terrasdeuren die we heerlijk uitnodigend wagenwijd open kunnen zetten en die uitkomen op een gezellig terras. De
leipeertjes die er omheen staan hebben al vroeg in het voorjaar volop gebloeid en tussen de jonge groene bladeren zie je de vruchten al groeien. Het zijn er behoorlijk wat dit jaar. Ik verheug me nu al op de oogst in september. En de hele zomer kan ik al genieten als ik ze zie groeien. Ik word altijd weer geboeid door het idee dat zoiets lekkers zomaar in een boom kan groeien. Best bijzonder als je er zo over nadenkt. Wat de natuur ons al niet kan schenken. Nu is het de schaduw bij voorbeeld en tegelijkertijd de zon die ietwat plagend door de bladeren knipoogt en een steeds veranderend spel van lichte en donkere vlekken op de tuintafel tovert.
We dekken de tafel; natuurlijk buiten op het terras. Even een vogelpoepje wegwerken. Tsja dat is natuurlijk wel een klein ongemakje van het buiten eten. Ik hoef maar voor twee te dekken, mijn dochter werkt staande bij het aanrecht haar ontbijt naar binnen en vliegt vervolgens ritsrats door het huis om nog van alles te verzamelen. “Ik ben laat! Waar is mijn zonnebril? Moet ik een jas aan? Ben ik mijn deo weer vergeten! Ik zie er niet uit vandaag! Gatverdamme, ik heb geen zin. Tot vanavond.” En weg is ze, ons in totale ontreddering achterlatend. Ik ga ondertussen maar gewoon door met tafel dekken. Dit is een wervelwind waarvan ik weet dat ik me er niet tussen moet wagen. De averij die ik op zou lopen is niet te overzien. Wie dacht ik nou eigenlijk gezelschap te willen houden? We gaan maar lekker met zijn tweetjes ontbijten.
De rust is weergekeerd en het valt me nu des te meer op dat we zo’n aangenaam rustgevende tuin hebben. De vaste planten in de grote border beginnen nu echt uit hun winterslaap te ontwaken. Tuingeraniums bloeien volop en ook de Akeleien laten zich van hun mooiste kant zien. Ik heb en ben een slechte grasmaaier. Het gevolg is dat onze grasmat bezaaid is met madeliefjes. Doet me denken aan onze trouwdag. Op één van onze foto’s van die dag zitten we gelukkig gehurkt midden tussen de meizoentjes. Nog maar even niet maaien vandaag. Dit ziet er zo romantisch uit, daar geniet ik nog lekker een dag van. De klimrozen laten zich inmiddels ook al volop zien en ruiken en voeden mede het algehele genotsgevoel. Ik kan me bijna niet herinneren dat me het ontbijt zo goed smaakte. Op zich kolder natuurlijk, maar het voelt wel zo. En er gebeurt ook nog iets anders. We hebben beiden afgelopen week de nodige knopen moeten ontwarren op en in ons werk. Niet altijd even leuk en vooral bij tijd en wijle stress bevorderend. Van ochtend wordt ons gesprek in de sfeer van de tuin automatisch ontspannen en positief. We wisselen onze ervaringen van afgelopen week uit en alle minder prettige momenten keren zich als in een roes ten goede. Waar een ontbijt op een aangenaam terras niet goed voor is.
Veel plezier en tot tuynpraat.
Ron van de Straat, Tuynplan,
uw tuinvormgever,
Ravenstein 21 mei 2011

